We zitten al over de helft van ons verblijf in Canada en nu pas wordt het spannend. Voor we gingen, vonden veel mensen ons dapper. Wij niet, wij vonden het niet eng. Want wat kon er misgaan?

José had er werk, het klimaat was in elk geval de helft van de tijd prima, gezien haar leeftijd zou Koosje Jans het Engels snel oppakken en zolang ik mijn fiets en laptop mee heb, kom ik ook mijn tijd wel door. En we hielden onszelf voor: "Ach, in het slechtste geval is het een jaar bikkelen, maar dan hebben we de stoere verhalen nog."

Nu de terugtickets zijn geboekt, groeit echter de spanning. Niet voor de laatste vijf maanden hier, want die worden machtig mooi. Dat hebben de afgelopen maanden ons wel geleerd. Het is echter de onzekerheid van na ons Canada-avontuur. Het lijkt allemaal concreet. We keren terug naar Nederland, dat kennen we. We zitten weer op reisafstand van vrienden en familie, dat is ook vertrouwd. Koosje Jans gaat weer naar school, ik heb mijn laptop en fiets. Alleen is José nog op zoek naar werk en het is dus de vraag waar we uiteindelijk terecht zullen komen. Het kan zomaar zijn dat we moeten verhuizen, in een ons onbekende stad een nieuw bestaan moeten opbouwen.

Maar dat hebben we toch net ook gedaan, een nieuw bestaan in een ons onbekende stad? Nota bene op een ander werelddeel! Ja, maar nu voelt het als voor altijd. En "Ach, in het slechtste geval is het een leven lang bikkelen, maar dan hebben we de stoere verhalen nog" klinkt net wat minder aantrekkelijk...