Veertien regels waarin ik tracht
Uit te leggen wie jij bent
Welk een schoonheid, welk een pracht
Aan iemand die jou niet kent

Waarin ik schrijf hoe je lacht
Hoe je ademt, hoe je smaakt
Hoe je kijkt, welke kracht-
en je diep in mij losmaakt

Veertien regels, niet genoeg
Daarin, als iemand ’t vroeg
Zou ik t niet uit kunnen leggen

Maar jij weet wat ik bedoel
Jij weet wat ik voor je voel
Ik hoef ’t jou niet meer te zeggen