Buiten reeds het schemerdonker
Schimmen schuiven voorbij en -bij
Ik kijk naar buiten door het raam
In het raam: ik zie mij
(fragment uit De treinreis)

Ik begon met het schrijven van verhalen. Maar sinds Driedagenlief  in een keer uit mijn pen op papier vloeide, heb ik ook de smaak van het dichten te pakken. 

Posters
Vier van de gedichten zijn bovendien tot een gedichtposter omgetoverd. Via deze site zullen ze verkrijgbaar zijn.

Wil je meer van mij lezen? Of wil je iets persoonlijks door mij geschreven? Neem dan contact op!

Femme fatale

Ze zeiden: 't is een foute vrouw.Ze waarschuwden: een stoute vrouw.Ze zeiden: 't is een femme fatale.Ik keek de dood in haar ogen.Ik dacht: stik maar allemaal.

Ze zeiden: 't is een foute vrouw.
Ze waarschuwden: een stoute vrouw.
Ze zeiden: 't is een femme fatale.
Ik keek de dood in haar ogen.
Ik dacht: stik maar allemaal.

Val zacht

Het knispert, knettert, kraakt onder zijn voetenDe sneeuw voor hem ijzig witAchter hem zijn stappenKiezelstenen als hij terug zou moeten Hij kijkt niet om, gaat doorDe grens voorbijVan dag naar...

Het knispert, knettert, kraakt onder zijn voeten
De sneeuw voor hem ijzig wit
Achter hem zijn stappen
Kiezelstenen als hij terug zou moeten

Hij kijkt niet om, gaat door
De grens voorbij
Van dag naar nacht
Wie achter is moet voor

Wit wordt langzaam zilver
De maan verdrukt de zon
Zijn wereld krimpt, eindelijk
Terug waar het begon

Hij stopt, staat stil, hij wacht
Nu de avond valt, valt hij zacht

In de herfst is het altijd wind tegen

In de herfst is het altijd wind tegenKrom gebogen, druppels regenBlijven hangen in zijn baardHij pakt zijn pet en trekt'm tot net boven de groevenDie zijn ogen vormenNatHij zuchtHij kreuntHij...

In de herfst is het altijd wind tegen
Krom gebogen, druppels regen
Blijven hangen in zijn baard
Hij pakt zijn pet en trekt
'm tot net boven de groeven
Die zijn ogen vormen
Nat
Hij zucht
Hij kreunt
Hij steunt
Hij schreeuwt
De herfst heeft hem weer uitgedaagd
De herfst heeft zijn glimlach weer weggejaagd

Verliefd voor een nacht

Is het 't licht hierdat op jou schijnt?Zijn het jouw ogenwaarin mijn blik verdwijnt?Is het je lachdie mij laat stralen?Ben jij hetbij wie mijn gedachten dwalen? Ik kende je al langer‘k wist wie je...

Is het 't licht hier
dat op jou schijnt?
Zijn het jouw ogen
waarin mijn blik verdwijnt?
Is het je lach
die mij laat stralen?
Ben jij het
bij wie mijn gedachten dwalen?

Ik kende je al langer
‘k wist wie je was
Maar jouw echte schoonheid
zie ik deze avond pas

Nu laat jij mij zweven
op fladderend geluk
Misschien is het voor even
Maar nu kan niet meer stuk

Morgen kan het over zijn
Maar nu heb ik je lief
Morgen zal het over zijn
Maar voor nu: ik ben verliefd!

Herfst in mijn hoofd

Alvorens te gaan dwarrelenVerkleuren mijn gedachtenEén voor één laat ik ze losLaat ze even liggenEn verteren tot compostWaarop dan weer opnieuwGedachten kunnen groeienEn als ze dan bloeienKan ik ze...

Alvorens te gaan dwarrelen
Verkleuren mijn gedachten
Eén voor één laat ik ze los
Laat ze even liggen
En verteren tot compost
Waarop dan weer opnieuw
Gedachten kunnen groeien
En als ze dan bloeien
Kan ik ze gaan plukken
De vruchten van mijn hoofd

Driedagenlief

Als ik morgen naar je toe zou komenZou je dan willen dat ’t vandaag wasZodat je niet nog vanaf gisteren hoeft te wachten? Als ik vandaag naar je toe zou komenZou je dan willen dat ’t gisteren...

Als ik morgen naar je toe zou komen
Zou je dan willen dat ’t vandaag was
Zodat je niet nog vanaf gisteren hoeft te wachten?

Als ik vandaag naar je toe zou komen
Zou je dan willen dat ’t gisteren was
Omdat je weet dat ’t morgen over is?

Als ik gisteren naar je toe zou komen
Zou je dan willen dat ’t morgen was
Zodat je de pijn van vandaag niet zou voelen?

Eerste sonnet

Veertien regels waarin ik trachtUit te leggen wie jij bentWelk een schoonheid, welk een prachtAan iemand die jou niet kent Waarin ik schrijf hoe je lachtHoe je ademt, hoe je smaaktHoe je kijkt, welke...

Veertien regels waarin ik tracht
Uit te leggen wie jij bent
Welk een schoonheid, welk een pracht
Aan iemand die jou niet kent

Waarin ik schrijf hoe je lacht
Hoe je ademt, hoe je smaakt
Hoe je kijkt, welke kracht-
en je diep in mij losmaakt

Veertien regels, niet genoeg
Daarin, als iemand ’t vroeg
Zou ik t niet uit kunnen leggen

Maar jij weet wat ik bedoel
Jij weet wat ik voor je voel
Ik hoef ’t jou niet meer te zeggen

De treinreis

Ritmisch gebonk op ijzeren stavenStukjes aarde schuiven voorbijIk kijk naar buiten door het raamIn het raam: ik zie mij Hee, ga jij dezelfde kant op?Is aan mij daarop mijn vraagMaar ik geef geen...

Ritmisch gebonk op ijzeren staven
Stukjes aarde schuiven voorbij
Ik kijk naar buiten door het raam
In het raam: ik zie mij

Hee, ga jij dezelfde kant op?
Is aan mij daarop mijn vraag
Maar ik geef geen antwoord terug
Misschien praat ik wat te traag

Ritmisch gebonk op ijzeren staven
De trein wiegt mij half en half in slaap
’t Liefst zou ik mij daar aan laven
Maar onderdruk de opkomende gaap

Heb mij lief

Heb mij liefBemin mij als nooit tevorenHeb mij liefAai mijStreel mijKus mijEn beleef mij Bijt mijEet mijSchrok mij opMaar heb mij liefIn godsnaam, heb mij liefNeem mijThuis, op het werkIn het bos, de...

Heb mij lief
Bemin mij als nooit tevoren
Heb mij lief
Aai mij
Streel mij
Kus mij
En beleef mij

Bijt mij
Eet mij
Schrok mij op
Maar heb mij lief
In godsnaam, heb mij lief
Neem mij
Thuis, op het werk
In het bos, de auto
Op bed of op de grond
Maar heb mij lief

Kijk naar mij
Lach met mij
Praat met mij
Huil met mij
Vrij met mij
En ik smeek je: heb mij, lief
Heb mij…

Stel dat Aristofanes gelijk heeft

Stel dat Aristofanes gelijk heeftEn ieder mens die neervalt op aardeDaar uiteen gesneden wordtEn twee geliefdes alleen echt geliefdes blijkenAls de twee één zijnHerenigdWil jij dan mij zijnIk jouOf...

Stel dat Aristofanes gelijk heeft
En ieder mens die neervalt op aarde
Daar uiteen gesneden wordt
En twee geliefdes alleen echt geliefdes blijken
Als de twee één zijn
Herenigd
Wil jij dan mij zijn
Ik jou
Of beter
Wij ons
En zullen wij ons
weer pakken, plakken, liefste?

Pagina's