We werken, leren, fietsen, spreken met anderen af. Eén keer in de week doen we boodschappen en af en toe gaan we naar een feestje. We leven ons leven en dat gaat in Canada niet gek veel anders dan in Nederland. We spreken via internet mensen in Nederland misschien vaker dan ooit. Zelfs de winter houdt vooralsnog rekening met ons en is niet veel anders dan we gewend zijn.

Maar soms, heel soms is er een vonkje, knettert er iets. Je ziet ineens weer dat de verkeersborden tweetalig zijn. Dat de middenlijn op de weg geel is. We nemen nu al afscheid van de crossscene, omdat we er volgend jaar niet bij zullen zijn. Het enige fatsoenlijke brood in de winkel is op en je moet het met zoete meuk doen. Je betaalt een keer met papiergeld en het ziet er anders uit. Je mag alleen maar pinnen bij je eigen bank. Na de reclame op de radio komt er geen nieuws. De veel intensere, paniekerige sirene van de brandweer. Je betaalt bij de pomp minder dan je aan liters hebt getankt.

De dagelijkse routine wordt onderbroken, is heel even niet alledaags. En je beseft je hoe bijzonder het is dat we dit kunnen doen. Het is hier gewoon ongewoon.

 

 

Afgelopen zondag werd het crossseizoen afgesloten met een awardsceremonie. José en ik kregen een medaille omdat we meer dan zes races hebben gereden, Koosje Jans kreeg een koebel. En als klap op de vuurpijl won ze een luipaardenstuurlint. Hieronder zie je ons af en toe schitteren in de filmcompilatie van het seizoen. Het was raar en stiekem wel emotioneel om nu al afscheid te nemen van sommige mensen, maar tegelijk betekent dat hoe we genoten hebben. Ik ben in Nederland nog geen wedstrijdreeks tegengekomen waar sport en sociaal zo hand in hand gaan.