Elke winter nam het mythischere proporties aan. Zodra de temperatuur onder de vijf graden zakte, kon je het op het schoolplein horen gonzen.

"Ja, mijn oom is hobbyweerman en die zegt dat het volgende week wel eens heel hard kan gaan vriezen!"
"Wij hadden vanochtend al de eerste ijsbloemen op het raam!"
"Alle schooldirecteuren hebben elkaar vanochtend gebeld. Het zou morgen best eens zo ver kunnen zijn!"
"Waar sta jij in het sneeuwbalrooster? Ik word al als tweede gebeld!"

En nee, het ging niet om een Elfstedentocht, het ging om ijsvrij. Want oh, wat wilden wij er ook graag een meemaken. Van onze ouders hoorden we de zwartwitverhalen over hun jeugd. Toen was het elke winter wel een paar keer raak. Mijn moeder had zelfs een keer ijsvrij in de zomervakantie.

Maar het kwam er nooit van. Ijsvrij, het bleef een mythe.

Wat gunde ik Koosje Jans dan ook dat het weer hier echt eens slecht was, dat ze ook zo'n extra dagje vrij mocht meemaken. En hoewel niet echt het sein ijsvrij werd gegeven, was het vanochtend zo ver. De scholen waren wel open, maar de schoolbussen reden niet. De combinatie sneeuw, freezing rain en andere nattigheid waren daar debet aan. En dus mochten de kinderen thuisblijven.

Dus wekte ik onze dochter. "Het is waardeloos weer. De bussen rijden niet en mama is al weg met de auto. Je hebt vrij vandaag! Ijsvrij! Wat voor leuks gaan we doen?"

Koosje Jans barstte in huilen uit. Ik dacht eerste van vreugde, maar tussen het snikken door hoorde ik: "Maar ik wil naar schoohool! Ik wil niet thuis blijven. Ik wil naar school!"

Waarop ik naar het sneeuwbalrooster zocht. Een ouder bellen die wel een auto had en Koosje Jans kon brengen.