Behalve Metro Jet Milkman, wat een veel normalere naam als Tijmen Moltmaker als anagram heeft, heb ik nooit een wonderlijker naam gekend dan Boebie Buiteling.

Boebie en ik konden het goed vinden samen. We zagen elkaar niet veel, maar omdat wij niet wezenlijk veranderden, veranderde onze vriendschap ook niet. Het best waren we op vakantie. Een auto, een tentje en onze racefietsen. We konden samen praten, we konden samen zwijgen, we konden samen lezen. Op de fiets of voor de tent. Een half woord, een halve lettergreep was al genoeg voor zowel praktische zaken als wat we zouden eten als voor levensvragen, hoe het ging, wat we wilden, wat we droomden.

Ik was dan ook getuige op Boebies huwelijk. En toen kwam het. Waar het voor die dag normaal was dat we lange tijd niks van elkaar lieten horen, liep het daarna mis. Ik kon het niet. Boebie stuurde een berichtje, ik nam me voor om later te reageren. Ik vergat het, Boebie stuurde weken later weer iets. Meteen reageren voelde als een schuldbekentenis, terwijl ik het gewoon vergeten was - zoals we van elkaar kenden. Ook nu vergat ik het en na Boebies volgende vraag wachtte ik op het goede moment.

Soms denk ik nog aan Boebie en zou ik best een berichtje willen sturen. Gewoon, hoe het gaat en of daar ook alles goed is. Dat het weer eens tijd voor een biertje is, voor twee weken fietsen in de Vogezen. Maar ik denk dat het goede moment al voorbij is, dat ik het niet herkend heb. Ik heb mezelf uit het leven van Boebie Buiteling gewacht.