Dietrich had te veel gegeten. Toch stond hij op van de bank en sjokte naar de keuken. Uit de koelkast pakte hij een flesje bier. Vanmiddag had hij er al een gehad, maar het was nu half acht, dus dat kon wel. Uit de voorraadkast pakte hij een zak chips.

Dietrich ging weer zitten. Hij dronk iets te gulzig, liet een boer en propte snel een hand chips in zijn mond. Op tv klaagde een meneer over de klantenservice van een bedrijf. Zap. Zingende mensen. Zap. Kinderprogramma. Zap. Reclame. Een slok bier. Zap. Helse vakanties. Leed van anderen. Dietrich legde de afstandsbediening neer, nam weer een hap chips, pakte de afstandsbediening weer, zag vette vingers en zapte verder.

Zeven uur vijfendertig. Dietrich dacht aan de zaterdagavonden van vroeger. Dan had hij zich nu ongeveer omgekleed en zei hij tegen zijn ouders dat hij even naar Wouter ging. Even stond synoniem voor tot laat in de nacht, want van Wouter ging het naar Mark en dan naar de Pul, om te eindigen bij Thuis, waar ze steevast als laatsten buiten werden gezet. Maar de Pul bestond niet meer, Thuis heette Bij de Buren en wat Wouter en Mark deden, wist Dietrich niet. Zelfs op Facebook was hun contact verwaterd.

Twintig voor acht en Dietrich dacht aan wat hij ook had kunnen doen. De administratie, belastingteruggave zou welkom zijn. Kijken welke band er in Sneeuwwitje speelde. Muziek was zijn liefde, maar had even een nieuw vuurtje nodig. Een boek lezen. Een boek schrijven. Ja, misschien zou hij eindelijk moeten gaan schrijven. Hij wilde het al lang, maar het moment kwam nooit. Was dit het moment?

Zaterdagavond, kwart voor acht. Het moment was voorbij en Dietrich dronk bier, at chips en zapte de zaterdag naar de zondag.