Heleen had besloten zich niet meer mee bezig te houden met dingen die haar niet aangingen. Dus toen ze op een dag thuiskwam en een meisje in de hoek van haar keuken zag zitten, warmde ze een maaltijd in de magnetron op, ging ze op de bank zitten en zapte ze alle kanalen langs. Ze kwam uit bij een film, die eigenlijk tamelijk saai was, maar haar net genoeg bood om af te kijken. Na twee uur stond ze op, zag het meisje nog zitten en ging naar bed.

De volgende ochtend zat het meisje er nog steeds. Omdat ze recht tegenover Heleens vaste plek aan tafel zat, was het onmogelijk niet naar haar te kijken. Het meisje huilde. Heleen at haar boterhammen op en ging naar haar werk.

's Avonds at Heleen weer voor de tv, maar het was lastiger haar hoofd bij de film te houden. Ook kreeg ze haar eten niet helemaal op. Ze besloot de rest bij het meisje te zetten. Nu kon ze wel verder kijken en toen de aftiteling in beeld kwam, zette Heleen de tv uit en ging weer naar bed.

Bij het ontbijt smeerde ze een boterham extra en 's avonds kookte ze voor twee. Ze gebaarde het meisje naast haar te gaan zitten. Zwijgend keken ze naar de film.

Toen Heleen de volgende ochtend beneden kwam, zag ze het meisje op de bank liggen. Ze liet haar slapen, maar zette wel een boterham en een glas melk op het bijzettafeltje.

Het meisje ging Heleen steeds meer aan. Ze deed Heleen denken aan haar jongere ik. 's Ochtends ontbeten ze samen, na het werk deden ze boodschappen, daarna aten ze met z'n tweeën en ze sloten de dag af met een film. Het meisje stopte met huilen en liet Heleen de mooiste lach zien die ze kende.

Er was iets anders, merkte Heleen toen ze weer een keer thuiskwam. Ze liep de kamer in, maar het meisje was er niet. Haar hart schoot Heleen in de keel. Toen hoorde ze geluid en zag ze het meisje met boodschappen binnenkomen. Heleen vroeg op net iets te boze toon waarom ze zomaar weg was gegaan. Het meisje ging huilen en zei sorry.

Toch gebeurde het steeds vaker dat het meisje eropuit trok. Heleen werd niet meer boos, want ze kwam steeds terug. Totdat Heleen op een avond met twee bordjes in haar eentje op de bank zat. Ze kon haar gedachten niet bij de film houden, vroeg zich af of er iets gebeurd was.

De volgende ochtend was Heleen nog steeds alleen. Ze smeerde haar boterham, ging op haar vaste plaats zitten en keek naar een lege hoek. Heleen schoof haar stoel naar achteren, ging in de hoek zitten, sloeg haar knieën om haar armen en begon onbedaarlijk te huilen. Hier zat ze, alleen in huis, net als vroeger.

Nooit zou ze zich meer bezighouden met dingen die haar niet aangingen.