We hebben samen drie kinderen. Twee dochters en een zoon. Jij werkt als huisarts, ik als huisman. Onze kinderen gaan naar de basisschool, maar de oudste moet kiezen waar ze volgend jaar heen gaat. Ons maakt het niet uit, als ze maar gelukkig is. Maar hoe vertel je dat een kind?

Iedere zomer gaan we naar Frankrijk. Ik wil naar het midden van het land omdat het mij anders te warm is, maar op de een of andere manier gaan we toch altijd naar het zuiden. Omdat het jou anders te koud is. En hoewel we ons best doen om altijd gelukkig te zijn, zijn we dan op ons gelukkigst. We sporten, we lezen. We eten, we drinken. We praten en we zwijgen. En als het na drie weken tijd is om weer naar huis te gaan, vinden we dat prima.

Jij hebt de onhebbelijkheid ieder seizoen de woonkamer te veranderen. Dat stoort mij, vooral omdat het op jouw moment moet. En ik mag jou alleen assisteren. Maar als je dan ’s avonds met een wijntje in de nieuwe zithoek plaatsneemt, is alles vergeven en vergeten. Want dan geniet je en geniet ik van jou.

Wacht, we hebben geen drie kinderen, we hebben er twee. We hadden graag een derde willen hebben, maar dat mocht niet zo zijn. Het verdriet om de afgebroken zwangerschap heeft ons echter sterker gemaakt.

We hebben met het gezin een camper gekocht en zijn drie maanden door Italië gereisd, ons favoriete vakantieland, om alles te verwerken. Jij spreekt vloeiend Italiaans, want ook al is je naam oer-Hollands, je bent een kopie van je moeder. Net zo donker, net zo fel. Ik hou ervan.

Je studeert nu twee jaar rechten. We zijn elkaars jeugdliefdes, maar het is lastig. Jij bent naar Amsterdam verhuisd en hebt behoefte aan vrijheid, terwijl ik in deze provinciestad bleef en mijn leven grotendeels voortkabbelt. Maar toch kunnen we elkaar niet loslaten. Ik denk dat het tijd nodig heeft, dat we voor elkaar bestemd zijn. Jij hoopt het, maar durft mij geen gelijk te geven. Dan kom ik iemand anders tegen en je breekt. Ik ook, staak mijn studie en kom je achterna.

Lieve Herma. Ik denk tenminste dat je Herma heet. Ik dacht dat een van je vrienden je ooit zo noemde. Lieve Herma, jij weet van niks, ons contact bestaat hooguit uit oogcontact bij de bakker. Maar lieve Herma, ooit, jij en ik. Ik en jij. Ooit schrijven wíj ons verhaal.