Koert vindt herinneringen maar ondingen. Ze houden hem in het verleden, ze beletten hem te genieten van wat hij van wat hij nu doet, van wie hij nu is.

Het heeft hem enige training gekost, hij heeft kapitalen aan goeroes uitgegeven, maar het is hem gelukt om elke gedachte aan vroeger meteen uit te sluiten. Ruikt Koert een bekende geur, dan ziet hij niet meer de lavendelvelden in Frankrijk voor zich, maar gewoon de spuitbus van het toilet dat hij bezoekt. Hoort hij een bepaald liedje op de radio, dan drijven zijn gedachten hem niet terug naar de ondergaande zon op het festival in 1998, maar draait hij het volume lager omdat hij bang is dat de buren er last van hebben. En ziet hij iemand in de stad die hem bekend voorkomt, dan draait hij zijn hoofd de andere kant op of moet hij ineens zijn veters strikken.

Ook weigert Koert nieuwe herinneringen te maken. Hij neemt slaappillen om niet in bed de dag door te nemen. Is hij op een feestje, dan kijkt hij de hele avond op zijn telefoon. En foto’s verwijdert hij direct van zijn camera.

Ja, Koert is best tevreden met het verwijderen van zijn verleden.

 

Maar de gedachte dat als het ooit uitgaat hij haar moet vergeten, is ondraaglijk.