Lutie liep al twee uur door de stad. Wat koop je voor de liefde van je leven? Wat koop je voor iemand die je net twee dagen kent en overmorgen naar Australië gaat om te backpacken? Wat koop je voor iemand die jou drie maanden niet mag vergeten?
Natuurlijk had hij aan een boek gedacht. Maar wat was haar favoriete schrijver? Zou zijn smaak wel overeenkomen met de hare? En is een boek niet te zwaar om zo lang in je rugzak mee te zeulen? Straks liet ze het halverwege achter, hij zou zich toch verraden voelen.
Een geurtje leek hem om dezelfde reden onpraktisch. Bovendien: hij rook haar al dagen in zijn kussen, wat als andere mannen net zo van haar geur onder de indruk raakten?
Tijdens het peinzen was Lutie voor een juwelier stil blijven staan. In de etalage zag hij een witgouden ketting. Het was prachtig in zijn eenvoud. Iets boven budget, maar het leek hem een uitermate geschikt cadeau.

“Wilt u er misschien iets in gegraveerd hebben?” Dat leek Lutie een goed idee. Zijn naam zou drie maanden lang bij haar hart rusten.
“Dan kunt u hem over een week ophalen.”
“Over een week? Maar ze vertrekt al over twee dagen!” Lutie hoorde de wanhoop in zijn eigen stem. Hij moest iets verzinnen. Hij moest op haar gevoel inspelen. “Kan het echt niet sneller? Ze gaat voor het goede doel in Afrika werken en ik wil haar zo graag hiervoor belonen.”
De vrouw leek onder empathie te bezwijken, haar blik werd zachter. “Waar gaat ze heen?”

“Ze gaat, uhm, naar Congo.” Hij noemde het eerste land dat in hem opkwam.
“Dat is toevallig! Daar ben ik ook geweest! Voor welke organisatie?”
Het zweet brak Lutie uit. Dit ging verkeerd. Rode Kruis? Een school bouwen? Hij voelde zijn hoofd roder worden, de woorden kwamen er stotterend uit. Lutie wilde zo snel mogelijk weg. “Iets voor Artsen zonder Grenzen. Maar als het niet binnen twee dagen kan, dan is het goed, hoor. Dan uhm, dan zoek ik wel iets anders.”

“Artsen zonder Grenzen.” De vrouw leek met haar gedachten af te dwalen. “Het was zwaar werk, maar het is een van mijn beste herinneringen.”
Ze keek Lutie weer aan. “Weet je? Ik ga regelen dat het morgen voor je klaar ligt. Alle steun van thuis kan ze gebruiken.”

Terwijl Lutie zo snel mogelijk afrekende en de winkel verliet, vroeg hij zich af waar hij in godsnaam de moed vandaan moest halen om morgen de ketting op te halen.