Ze deed het nachtlampje uit, legde zijn dekbed recht en ging op de rand van het bed zitten. Een hand door zijn haar en een zacht kusje op zijn lippen. Eigenlijk net te hard fluisterde ze: "Ik hou van je.", in de hoop dat hij halfslapend "Ik ook van jou, mama" zou zeggen.

Aan de Donald Duck op de grond kon ze zien dat hij lezend in slaap was gevallen. Ze pakte het op en wist dat hij morgen veel te vroeg verder zou lezen. Dat kende ze, herkende ze, zo was ze vroeger ook. Ze wist nog zo goed hoe het was om klein te zijn, hij had geen geheimen voor haar. Soms voelde het alsof hij haar was, alsof ze dingen weer opnieuw beleefde. En tegelijk wist ze zo goed dat hij haar niet herkende, dat hij niet voelde hoe zij was. Er was altijd die intimiteit van ouder-kind, maar ook de afstand, zij was zo groot en hij zo klein. Van alles wat er bij een kind kwam, was ze daar het minst op voorbereid geweest.

Ze ging naast hem liggen, sloeg haar arm om hem heen en fluisterde net te hard "Ik hou van je."

Er gleed een Donald Duck op de grond.