Het had twee scheermesjes gekost, maar zijn benen waren er klaar voor. Hij opende nog een keer de weerapp op zijn telefoon. 15 graden, het stond er echt. Metro Jet Milkman opende de deur, reed zijn racefiets naar buiten en rilde. Snel de schaduw voor zijn huis uit, de zon in. Het was inderdaad aangenaam, in de beschutting van de wijk. Dit was de dag waar hij al maanden naar uitkeek. De eerste keer met korte broek en shirt fietsen.

Maar zodra hij de dijk op reed, voelde hij dat hij te optimistisch was geweest. De tegenwind koelde hem af, zijn benen werden rood, zijn handen deden pijn. Hij versnelde om het warm te krijgen, maar zijn ademhaling steeg sneller dan zijn tempo. Ook de vorm was niet die van vorig jaar zomer. Hij besloot eerder af te slaan en was blij dat hij het laatste stuk wind mee had.

Onder de douche vroeg hij zich af waarom hij de hoop van het verstand had laten winnen. Het was iedere lente hetzelfde. Onderschatting van de temperatuur en overschatting van zichzelf. Het kostte hem tien minuten om een beetje op temperatuur te komen en nog eens tien om op adem te komen. Maar toen hij zich afdroog, zag hij waarom hij er elk jaar weer intrapte. In de juiste hoek zag hij een lichte verkleuring, net boven de knie, met een harde grens waar zijn wielrenbroek was begonnen.

Streepjes op zijn benen. Het seizoen was echt begonnen.