Hij brengt zijn hoofd dicht bij de spiegel. Gisteren voor het slapen gaan was het nog maar een klein puntje, maar nu trekt het alle aandacht. Met zijn vinger raakt hij zijn neus aan. Gevoelig, erg gevoelig.

Aan de aanzet, waar de huid strak staat, is het vuurrood. In het midden loopt het als een minivulkaan omhoog. Het rood is gelig wit door de inhoud die erdoorheen schimmert. Remmert is benieuwd hoe deze kleur als verf zou heten.

Voorzichtig zet Remmert de nagels van zijn wijsvingers aan de voet van de vulkaan. Een milliseconde houdt hij zijn adem in, zich voorbereidend op de pijn die mogelijk komt. Maar als hij even duwt en de spanning op de huid heel licht verhoogt, is dat genoeg voor de uitbarsting. Hij hoort de smurrie tegen de spiegel kletsen en drukt nog even na om echt alles eruit te halen.

Op de spiegel ziet hij een wit puntje kleven. Daarnaast dat van gisterochtend en daaronder dat van de dag ervoor. Remmert zucht. Vanavond na het werk moet hij echt de spiegel schoonmaken.