Met zijn jas nog aan stuurt hij haar een berichtje.

Ben al thuis. Doe rustig aan, ik begin vast met koken. Kus.

Ron hangt zijn jas aan de kapstok en kijkt of ze gereageerd heeft dat het niet hoeft, dat ze bijna thuis is, dat zij wel kookt. Helaas, hij zal toch zelf aan de slag moeten. In de koelkast vindt hij genoeg voor pasta en saus. Dat hebben ze vorige week ook al twee keer gegeten, maar Ron vindt dat als hij moet koken, er geen hoogstaande verwachtingen hoeven te zijn.

Bij het snijden van de paprika valt hem op hoe scherp de schaduw is. De zon staat recht op het keukenraam. Ron stopt even, kijkt naar buiten. Het was vandaag aanzienlijk kouder dan gisteren, maar toch is ook nu de lente voelbaar. Hij kijkt ernaar uit. Het leven is zo veel voller als je niet gebonden bent tot binnen zitten. Vorig jaar zijn ze hier gaan wonen en het beste aan hun huis is de tuin. Samen buiten ontbijten, dineren of 's avonds nog wat drinken voor ze gaan slapen. Vrienden die blijven barbecueën. Een boek lezen of gewoon een middagdutje doen.

Nog steeds geen berichtje, ziet Ron. Hij zal het koken wat moeten vertragen, want ze is nooit binnen tien minuten thuis. Hij kan ook vast aan het dessert beginnen. Er ligt nog fruit dat snel op moet.

Ron pakt een langer mes en begint met het snijden van de meloen. Hij ziet dat er beweging in de schaduw is en kijkt naar buiten. Twee politiemannen lopen naar de voordeur, de langste belt aan.

Als Ron het mes weglegt om de deur te gaan openen, ziet hij dat hij nog steeds geen berichtje heeft.