“Goedemorgen allemaal.”

Ik mompel het meer dan dat ik het uitspreek, dus dat er maar twee mensen halfslachtig antwoorden, is logisch. Er zijn nog drie stoelen naast elkaar vrij. Ik ga op de middelste zitten, pak mijn telefoon en open Twitter. Ik scrol terug tot een uur geleden, ververs mijn tijdlijn, lees de vijf nieuwste berichten, ververs weer, zie dat er geen nieuwe berichten zijn, open Facebook, lees wat, open Twitter, lees de tien nieuwste berichten, ververs Twitter, zie geen nieuwe berichten, ververs weer, lees één nieuw bericht en stop de telefoon weer in mijn broekzak.

Naast me is een man gaan zitten. We doen beiden ons best elkaar niet te raken, maar dat is onmogelijk. Ik voel zijn broek tegen mijn blote knie en verdraai wat. Ondertussen kijk ik rond, maar doe mijn best niemand in de ogen te kijken. Toch is oogcontact onvermijdelijk als mijn blik iets langer op iemand blijft rusten. Ik draai abrupt mijn hoofd weg, kijk weer terug, we zien elkaar weer en knikken ongemakkelijk.

Er komt weer iemand binnen, niemand groet. Er zijn nog maar twee stoelen vrij. De vrouw loopt even mijn kant op, maar kiest dan toch de andere vrije plek. De klok aan de muur geeft 16:34 aan.

Ik pak mijn telefoon weer. Eerst Facebook. Ik like een foto van mijn tante, meer uit beleefdheid dan dat ik het echt een leuke foto vind. Ik sluit Facebook, open Twitter. Lees wat nieuwe berichten, typ een grappig antwoord, maar druk niet op verzenden.

Ook de stoel naast me is nu bezet. Ik voel dat er meegelezen wordt, ik draai mijn telefoon en hoofd een beetje. Dit is geen gemakkelijke houding, dus ik sluit mijn telefoon en kijk weer rond.

16:37. Er komen nu mensen binnen die moeten blijven staan. Even twijfel ik of ik voor iemand op moet staan, maar niemand doet het en ik ook niet. Ik wil eigenlijk wat water pakken, maar ik ben bang dat ik dan mijn plek kwijt ben.

Iemand eet een appel. Het bijten en kauwen is oorverdovend, net als het snuiven van de oudere man in de hoek. Een baby huilt een beetje, de vader sust het kind.

Ik hoor het tikken van de klok. Als de secondewijzer boven is, houdt hij even in om daarna met een mokerslag de nieuwe minuut aan te kondigen. Onder aan de klok klinken de seconden weer anders.

Voeten schuifelen, telkens als er iemand binnenkomt. Iemand struikelt, belandt bij een ander op schoot. Ook nu gemompel. Excuses waarschijnlijk, maar dat is hier niet te horen.

Ik kijk tegen een vale broek aan, kan de andere kant van de ruimte niet meer zien. Deze man staat met zijn voeten tussen de mijne. Zelfs als ik nu toch water zou willen pakken, ik zou er niet meer bijkomen.

 

De deur gaat open. Weer draaien we allemaal onze hoofden om te zien of het voor ons is, weer horen we “Goedemorgen” en weer schuiven we nog meer ineen. We wachten allemaal, maar we weten niet op wie.